Archief

Vind hier de verslagen van alle festivaledities van het Read My World!

Read My World 2016 – Polen en Oekraïne


Festivalverslag door Sanne Pieters

Whatever happens,

the sky will be with you.

- Iryna Vikyrchak

Gewoon uit nieuwsgierigheid: wat weet je van Oekraïne en Polen als je wat je via het nieuws hebt vernomen buiten beschouwing laat? Wat weet je over de gebruiken, het landschap, de mensen? Wat weet je over het eten, de cultuur, de literatuur? Voor velen is het antwoord op al die vragen: niets. En juist daarom is Read My World een van de belangrijkste festivals van deze tijd. Read My World pretendeert niet alles van de regio die tijdens het festival centraal staat te weten, maar nodigt de literaire stemmen van daar uit om hier bepaalde aspecten uit te lichten. Volgens mij was er geen beter moment om een literatuurfestival omtrent Polen en Oekraïne naar Nederland te halen. Het overblijfsel van het Oekraïne-referendum smeult nog na, Rutte riep onlangs de Tweede Kamer bijeen voor een nadere beschouwing van de uitslag en tegelijkertijd doemde er een fel omstreden anti-abortuswet in Polen op die massaal werd weg geprotesteerd.

Polen en Oekraïne. Twee landen die turbulente tijden doormaken. Volgens de festivalorganisatie staan schrijvers op geen andere plek zo in de frontlinie en is nergens de stem van papier zo luid.

Lees het hele verslag hier: RMW2016-SannePieters-NL

Read My World 2015 – Zuidoost Aziatische literatuur


Is het alweer de derde aflevering? Jazeker, Read My World 2015 is een feit. En wat een prachtige editie weer. De formule: geef literatoren uit de regio zelf de kans om een selectie van literair talent te presenteren en mix dat met Nederlands talent. Het resultaat: een festival met literaire/muzikale uitwisseling en kruisbestuiving. 2015 is het jaar waarin Indonesië, Maleisië en Singapore centraal staan met curatoren Bernice Chauly (Maleisië) en Kadek Krishna Adidharma (Indonesië) aan het roer.

Dag 0

Aflevering drie van Read My World (RMW) kent net als voorgaande jaren een preview. Op het bijzondere Bijlmer Boekt!, het driemaandelijkse literaire event in het Bijlmerparktheater (een samenwerking met SLAA) mengen verschillende werelden zich qua performers én publiek.

Lees het hele verslag hier: RMW2015_verslag

Read My World 2014 – Caraïbische literatuur


De tweede editie van Read my World, het nieuwe internationale literatuurfestival van Amsterdam, gaf opnieuw in een in depth view van een regio die voornamelijk door rampspoed in het nieuws komt. De formule: geef literatoren uit de regio zelf de kans om een selectie van veelbelovend literair talent te presenteren. Het resultaat: een drie dagen durende ontdekkingstocht in de literaire actualiteit van het Caraïbisch gebied.

 

 

Dag 1

Op de pont van CS naar Amsterdam-Noord kleurt een vroege avond de watervlakte van het IJ oranje en violet. Ik ben op weg naar de onlangs officieel geopende Tolhuistuin, aan de voet van de voormalige Shell-toren, komende dagen de thuishaven van Read my World. Vorig jaar haalde het nieuwe literatuurfestival jonge schrijvers en dichters uit het Midden-Oosten naar Nederland. Dit tweede jaar staat het Caraïbisch gebied centraal. Suriname, Jamaica, Guyana, Haïti, ik verheug me op een reis door onbekend gebied.

De grote zaal is goed gevuld, het publiek is gemiddeld jong en minstens zo gemengd als Amsterdam zelf. Op het podium begint dub poet Sheldon Shepherd een ritmische klankimprovisatie die overgaat in een a capella rap over leven en liefde in Kingston. Read my world in the news daily… De frontman van het Jamaicaanse spoken word-collectief No-Madzz wordt begeleid door jazzbassist Pablo Nahar, rechtstreeks uit Suriname. Welcome to the Caribbean.

Festivalcurator Sharda Ganga, toneelschrijfster uit Suriname, legt aan presentator Andrew Makkinga uit wat dit festival bijzonder maakt. ‘Het komt niet vaak voor dat een festival je vraagt om jouw wereld te tonen.’ De Guyanese curator Ruel Johnson, schrijver en polemist: ‘Ik wil laten zien dat de globalisering ons ook bereikt, onze literatuur is erdoor in een stroomversnelling gekomen.’

 

Nieuwe generatie

De Haïtiaanse curator Kettly Mars koos voor Evelyne Truillot, Jean-Euphèle Milcé en Emmelie Prophète. De Franstalige Milcé draagt het aangrijpende gedicht Temps mort voor, geschreven na de verwoestende aardbeving. ‘Een moment klampt het volk […] zich vast aan de uitgestoken hand van de cholera en beloften van chaos.’

In sneltreinvaart ontvouwt zich op het podium een staalkaart van de nieuwe literaire generatie. In korte voordrachten tonen Vladimir Lucien en Kendel Hippolyte (St. Lucia), Davlin Thomas (Trinidad & Tobago), Sara Bharrat (Guyana), Shakirah Bourne en Adrian Green (Barbados) een grote diversiteit in taal, vorm en presentatie. Een flink deel van de schrijvers verkent de literaire mogelijkheden van de creoolse volkstalen. Shakirah Bourne leest uit haar boek ‘In Time of need’ dat de 26-jarige schrijfster recent erkenning bracht als groot literair talent.

Uit een leunstoel in een hoek van het podium staat een kleine zwarte man op. De tengere gestalte met puntbaardje en oxford bril blijkt niemand minder dan de legendarische Brits-Jamaicaanse dub-dichter Linton Kwesi Johnson. ‘LKJ’ bereikte in de jaren zeventig en tachtig een cultstatus met Bass Culture en Inglan is A Bitch, dichtbundels geschreven in het Brits-creools van Jamaica. Op gelijknamige lp’s, begeleid door de beste vroege dub-musici, verwoordde hij charismatisch en beheerst de grieven van West Indians in Londen, die na het Newcross massacre (13 doden) in opstand kwamen tegen racistische behandeling door de Londense politie en het vrijuit gaan van de brandstichters.

 

Muzikale poëzie

‘Ik hoor altijd een bass-line op de achtergrond’, vertelt de nog steeds vitale dichter. ‘Als dichter besefte ik dat mijn gedichten via die muziek een groter publiek konden bereiken.’ LKJ toerde met Allan Ginsberg en William Burroughs festivals in Europa en de VS af. Zijn vroegste inspiratiebronnen zijn Prince Buster en King Tubby, aartsvaders van de ska en latere rapmuziek. Dezelfde bronnen waaruit twee generaties later Sheldon Shepherd put.

Wie beter kan deze avond de cirkel rond maken dan Glenn de Ramdamie, alias Typhoon. Sinds enkele jaren bestormt hij de podia van zowel pop- als literatuurfestivals met half geïmproviseerde gedichten begeleid door muzikanten in een veelvoud van stijlen. Typhoon, enigszins te vergelijken met Stromae, heeft net de 3voor12-prijs gewonnen en is slecht bij stem. Desondanks beweegt hij als een dolfijn door de taal, put net zo makkelijk uit rap als uit klassieke literatuur en toont zich een ongeëvenaard performer. Tijdens zijn improvisatie met Pablo Nahar heeft hij genoeg aan ‘dit is dus het interactieve gedeelte’ om de zaal mee laten doen.

 

Dag 2

Zaterdag rond het middaguur filteren magistrale platanen het zonlicht in de Tolhuistuin. Aan uitklaptafels eten bezoekers pizza uit de steenoven of couscous uit een van de kraampjes. Zangeres Denise Jannah leest in de toearegtent voor uit Clark Accord’s De koningin van Paramaribo. In de Tuinzaal een gesprek tussen Vladimir Lucien, Ruel Johnson en Sara Bharrat over de invloed van toerisme en ‘exotisme’ op de Caraïbische cultuur.

Tijdens ‘What comes from afar’, een project van de School der Poëzie, lezen leerlingen van drie Amsterdamse scholen gedichten voor geïnspireerd door teksten van Shakirah Bourne en Kendel Hippolyte. Per klas lezen drie leerlingen een selectie voor, waaruit soms onverwacht talent blijkt.

 

Nobelprijswinnaar

Hippolyte en Bourne beantwoorden hun vragen. ‘Wat zijn uw inspiratiebronnen? Op welk moment van de dag schrijft u? Helpt muziek bij het schrijven?’ Voor de Hippolyte zijn de allergrootste dichters William Blake en nobelprijswinnaar Derek Walcott, net als hijzelf afkomstig van St. Lucia. Hippolyte schrijft ‘op elk moment van de dag, want een mooie gedachte kan zo weer weg zijn.’ Jazzmuziek, calypso en reggae stimuleren bij hem het creatieve proces, maar ook Europese klassieke muziek. ‘Op een dag hoop ik een gedicht te schrijven dat klinkt als een grote jazzsolo.’

Shakirah Bourne is onder de indruk van de prestaties. Haar advies: ‘Blijf schrijven en lees vooral zoveel mogelijk verhalen om inspiratie op te doen.’

Op een rood pluchen canapé wisselen drie Vlaams-Nederlandse schrijversduo’s teksten en ideeën uit in het kader van de tournee ‘Ken je buren’. ‘Beter een goede buur dan een vochtige muur’, grapt presentatrice Friedl Lesage. K. Schippers, Miek Zwamborn, Joke Hermsen, Neske Beks, Bernard Dewulf, Els Moors en Ann Meskens zijn de namen.

Kiezen wordt nu lastig, want in het paviljoen gaat journaliste Linda Polman in gesprek met Zarayda Groenhart, Evelyne Truillot en Jean-Euphèle Milcé over werkelijkheid en beeldvorming over Haïti.

Het volgen van de curatoren in de grote zaal lijkt de meest interessante optie. Sharda Ganga licht toe waarom ze Kendel Hippolyte, Adrian Green, Sheldon Sherpherd en Davlin Thomas heeft uitgekozen. ‘Voor mij tonen zij het contrast tussen de meer speelse, muzikale literaire tradities in de Caraïben en de cerebrale benadering van literatuur die ik van Europa ken.’

Getooid met rode plastic duivelsoren leest Davlin Thomas uit zijn theaterstuk ‘The Idiot’. Een moeder overste gaat bij de bisschop te biecht en geeft toe dat ze mannen en vrouwen verleidt om ze te vermoorden tijdens hun orgasme. Een vileine monoloog over in onschuld vermomd kwaad. ‘In Trinidad en Tobago is theater puur vermaak. Ik geef mijn publiek wat het wil en laat ze bulderen van het lachen. Maar dan zet ik ze plotseling een spiegel voor. Regeringen de schuld geven is makkelijk, maar het kwaad zit in ons allemaal.’

Dichter Adrian Green uit Barbados toont zich een performer die het publiek met ritmische, half gezongen gedichten in een trance brengt, waarin betekenissen over elkaar heen buitelen. Sheldon Shepherd presenteert zijn eerste boek ‘In the morning yah’, waarin hij speciaal voor Read My World zijn dub-poëzie heeft gebundeld, met CD.

 

Verplaatsing en beweging

Curator Ruel Johnson koos op het Caraïbische literatuurfestival Carifesta ‘simpelweg de jonge schrijvers met het grootste talent.’ De dichter Vladimir Lucien, afkomstig van St. Lucia, brak dit jaar internationaal door met Sounding Ground, een indrukwekkende dichtbundel over identiteit, cultuur, religie, politiek en ‘thuis’. Deze elementen hebben volgens Lucien geen vaste kern, maar bestaan bij de gratie van verplaatsing en beweging. In zijn poëzie onderzoekt hij die beweging, inclusief de spanning tussen zijn Frans-creoolse kwéyol achtergrond en het Engels van een volgende kolonisator waarin hij zijn gedichten schrijft. Uit ´the true sounds of numbers’: In deze samenscholingen van stilte, deze wereld van ziekte, van mensen die organen missen / wil ik de klank horen van cijfers. Of ze blaten of wenen, of zingen als vogels (…)

 

Shakirah Bourne leest Crossing Over, een verhaal in creools-Engels over een ondeugend schoolmeisje dat tijdens begrafenissen over open grafkuilen heen springt, maar haar onschuld kwijtraakt als een vriendinnetje tijdens het spelen valt en overlijdt. ‘But now because of things like them, Lasonta may be going to Hell. If I did know that little children could dead, I would never have played these tricks.’

Sara Bharrat werd in Guyana nationaal bekend door haar blog ‘Break your silence’, waarop ze jongeren aanmoedigt het taboe op interetnische relaties te doorbreken. Ze leest een verhaal over de liefde van een Guyaanse creool voor een hindoestaans meisje. Tijdens een prijsuitreiking joeg ze hiermee een Guyaanse minister de zaal uit. ‘In mijn land wordt liefde tussen verschillende bevolkingsgroepen nog steeds als bloedvervuiling gezien.’

 

Gentile silence

Engagement, vooral rond kleur en klasse, is in vele schakeringen aanwezig. Niet verwonderlijk in een gebied waar de slavernijgeschiedenis en het koloniale systeem nog elke dag doorwerken. In de Toearegtent vraagt Chris Keulemans aan Ruel Johnson of woede een vruchtbare creatieve voedingsbodem kan zijn. ‘Etnische politiek geeft in Guyana elke dag reden tot boosheid’, antwoordt Johnson. ‘Naarmate ook onze samenleving rustiger wordt, groeit de gentile silence over de misstanden. Schrijvers hebben de natuurlijke rol om die aan de kaak te blijven stellen.’

Dat er ook in Nederland nog wel iets te bediscussiëren valt illustreert Christine Otten. Ze leest uit haar recente roman Rafaël, gebaseerd op de waargebeurde zoektocht van een vrouw naar de Tunesische vader van haar kind. Als Nederland na de Tunesische lente de grens sluit voor Tunesiërs, moet de man om terug te komen naa Amsterdam de gevaarlijke ‘Lampedusaroute’ kiezen. Onderweg raakt hij zoek in de naamloze wereld van de illegaliteit.

Intussen kuiert Linton Kwesi Johnson gemoedelijk over het festivalterrein en laat zich aanklampen voor ‘selfies met’. In de tent gaat hij in op het gebruik van creools-Engels als ‘upright stand’, over het gevaar van fascisme en racisme, over taal en macht. LKJ waarschuwt voor de nieuwe nationale retoriek in Europa. ‘In ex-Joegoslavië hebben we gezien waar deze taal toe leidt’. Zijn jongere alter ego Sheldon Shepherd rapt in een minder politieke, persoonlijke taal. ‘My heart sings, my heart sucks’.

Na een snelle maaltijd bij een van de kramen is er in de grote zaal een discussie over de rol van ‘machismo’ in de Caraïbische cultuur, naar aanleiding van een door Cindy Kerseborn gefilmd schrijversportret van Frank Martinus Arion. In de Tuinzaal is de Dichtersmarathon begonnen. In een meditatieve sfeer wisselt twee uur lang een keur aan dichters elkaar af: Charles Ducal, Hagar Peters, Vladimir Lucien, Edwin Fagel, Maria van Daalen, Tonnus Oosterhoff, Maarten van der Graaff, Antoine de Kom (kleinzoon van), Geert Buelens, Erik Solvanger. Indrukwekkend is de voordracht van de Syrisch-Palestijnse dichter Ghayath Almadhoun, een van de ontdekkingen van Read my World editie 1. Read my World liet Almadhouns epische werk vertalen, uitgever Jurgen Maas zorgde voor een bibliofiele editie. ‘Weg van Damascus’ is een apocalyptische stream of consciousness van een dichter die de verwoeste stad van zijn jeugd is ontvlucht.

 

Cultuurgrens

Ik pak nog een glimp mee van Christine Ottens literatuurshow Bijlmer Boekt XL in de grote zaal. De Nederlandse rapper Brainpower daagt cabaretier Jörgen Raymann uit om zelf ook eens over de cultuurgrens te stappen. Met klasse zingt de Surinaamse Raymann het melancholieke ‘Langs het tuinpad van mijn vader’ van Wim Sonneveld.

Met een Spoken Beat Night in de Tuinzaal mag multitalent Jeannine Valeriano het officiële programma van dag 2 afsluiten. Haar improvisaties worden ondersteund door live animaties en jazzmusici Maarten Ornstein, Mark Tuinstra en Ronald Snijders. Snijders imponeert met een authentieke indiase raga op een Europese dwarsfluit.

Voor wie na deze overvloed nog niet wil gaan slapen gloeien in de tuin verschillende vuurpotten. Een flink publiek heeft zich daaromheen verzameld voor storytelling en muziek door onder anderen Kendel Hippolyte en Sahand Sahebdivani.

 

Dag 3

Op zondag begint het programma later in de middag. In de grote zaal presenteert de literaire organisatie Perdu ´omgekeerde interviews´. De schrijver stelt vragen aan een lezer, wat leidt tot verbluffende gesprekken. Anne Vegter las Charles Ducal en is zo lyrisch dat de bescheiden Vlaamse dichter er nauwelijks tussenkomt. Sharda Ganga las Els Moors´ Liederen van een kapseizend paard in Suriname en vond dat vooral vervreemdend. Moors: ‘hoorde je een stem?’ Ganga: ‘Ik zag iemand worstelen om een plek te vinden, die er niet is. Heel beklemmend, vooral het deel over een man die ontwaakt in een lijkzak maar van het personeel het mortuarium niet uit mag.’ Moors: ‘denk je: dit is een schrijver met een persoonlijk probleem, of ook: waarom wordt dit geschreven?’

Ganga: ‘Caraïbische schrijvers beschrijven vaak lijden als gevolg van de Europese cultuur. Hier lees ik over lijden binnen de Europese cultuur zelf: een vergeefse zoektocht naar liefde.’ Het gesprek Brave New World gaat over beeldvorming, opvoeding en kinderboeken. Carl Haarnack (Buku Bibliotheca Surinamica) geeft een overzicht van racistische beelden in Nederlandse kinderboeken vanaf de 18e eeuw, de bedenkelijke traditie waaruit Zwarte Piet afkomstig is. De Haïtiaanse Evelyne Trouillot herkent de beelden niet uit de Franse boeken die ze als kind las. ‘Bij Jules Verne komen geen zwarte mensen voor. Pas sinds twintig jaar zie je zwarte kinderen in de jeugdliteratuur en tegenwoordig is dat booming business in Haïti.’ Truillot schrijft nu zelf over een zwarte jongen die met zijn ouders uit New York terugkomt naar Haïti. De Afro-Amerikaans-Nederlandse striptekenares Mylo Freedman: ‘Op een dag vroeg ik me af waarom alle prinsessen op de wereld blond moeten zijn.’ Haar Prinses Arabella-stripboeken over een gekleurd prinsesje zijn nu een wereldwijd succes.

Geert Buelens en Maria van Daalen geven een artistieke reflectie op Sounding Ground van Vladimir Lucien. Het is een van de mooiste ontmoetingen van het festival, te vergelijken met die tussen Willem Jan Otten en Ghayat Almadhoun tijdens editie 1 (beide het werk van redacteur Joost Baars). Als tweetalige Vlaming herkent Buelens de moeilijkheid om je ‘thuis’ te vinden in een koloniale taal. Dat vereist permanente vertaling, maar kansloos is het niet, stelt Buelens. Als Lucien voordraagt uit de cyclus ‘Horn’, creools voor overspel, draagt zijn talent de zaal nog eens op vleugels. En liefde zou een kudde van momenten zijn, grazend op de herinnering als we ons peinzend omdraaien / Van die permanente pastorale verheft zich misschien nooit meer een gezicht om ons vluchtig aan te zien / Met een schampere blik of loom wantrouwen, mondenvol oude lust herkauwend (…)

 

Een wereld aangeraakt

Tijdens Room with a View presenteren Karin Amatmoekrim, Auke Hulst, Rachid Novaire en Gerbrand Bakker nieuwe verhalen, geïnspireerd door foto’s die Caraïbische festivalgasten maakten vanuit hun werkkamer thuis. En dan gaat het festival naar een laatste hoogtepunt. In de grote zaal speelt de Tekstsmederij een dialoog van Malou de Roy van Zuydewijn geïnspireerd door Davlin Thomas. Wijnand Stomp en Sara van Gennip spelen een directeur en zijn pr-assistente, die achter hun professionele masker een seksuele relatie en allerlei minder fraaie motieven verbergen.

Tijdens het Sranan Poku-dansfeest dwaal ik nog wat door de Tolhuistuin. Ik realiseer me dat dit niet het festival was van de herkenning, maar van de ontdekking. Ik heb een wereld aangeraakt die ik maar oppervlakkig kende. In vele presentatievormen heb ik kennis gemaakt met schrijvers, dichters en performers met een andere geschiedenis, een ander wereldbeeld en onverwachte literaire vormen. En dwars door alle verschillen heen dat ene onderwerp van alle literatuur: het universele zoeken naar betekenis en schoonheid in de condition humaine.

Komend jaar gaan Willemijn Lamp en Matthijs Ponte van Read my World op zoek naar opkomend talent in een ander ver cultuurgebied waarmee Nederland een historische verbinding heeft: Indonesië. Dat belooft een nieuwe ontdekkingsreis. Mis het niet, zou ik zeggen.

 

[Frank Siddiqui / mfusid@gmail.com]

Read My World 2013 – Arabische literatuur


Foto: Bianca Sistermans

Foto: Bianca Sistermans

Een nieuw, internationaal literatuurfestival in Amsterdam

 

OPENING UP (Vrijdagavond)

Terwijl de avond valt veranderen blauw, groen en geel uitgelichte platanen de Tolhuistuin in een sprookjesachtige kathedraal. Het publiek drentelt binnen, een drankje in het Tuinhuis, geroezemoes aan lange tafels onder een canvas Toeareg-gewelf. Als het hoofdpodium, een verlengde tipitent van reusachtige afmetingen, is volgestroomd brengt schrijfster-presentator Christine Otten de openingsrevue van Read My World in een prettig tempo op stoom.

Lieve Joris eert in haar openingsverhaal haar inspiratiebronnen: Norman Mailer, Truman Capote, VS Naipaul en Riszard Kapuscinsky. Maar vooral ook de vrouwen en mannen die haar op vele reizen, in Afrika, Zuid-Amerika en China, pas lieten ervaren wat ‘thuis zijn’ is.

Festivalcurator Asmaa Azaizeh, dichter en journaliste van Palestijnse afkomst uit Haifa, Israel, beschikt over een zeldzaam krachtige altstem: ‘Literatuurfestivals in Europa kiezen meestal voor de sterren die het publiek al kent. Read My World is opmerkelijk anders, door jonge schrijvers uit de regio invloed te geven op de programmering. Nu luisteren we drie dagen naar nieuwe stemmen uit de regio zelf.’

Abeer Soliman, medecurator, schrijfster, blogger en storyteller uit Egypte: ‘Er zijn genoeg deskundige oriëntalisten die kunnen vertellen wat er in Egypte gebeurt, maar wat je hier hoort is onze eigen stem. Geweldig ook dat veel schrijvers die hier niet kunnen zijn toch aan het festival konden meewerken.’

Kunst en politiek, schoonheid en barre realiteit, het zal de komende dagen voortdurend aan de orde zijn. Het programma stelt een duidelijke vraag. Kunnen de inhoud en vorm van kunst worden losgemaakt van sociale en politieke omstandigheden?

Asmaa Azaizeh: ‘Het is onvermijdelijk dat we over politiek praten, het is onze realiteit. Maar ik heb kunstenaars gezocht die niet spreken en schrijven in de slogans die het toneel zo lang hebben bepaald. De schrijvers die ik koos zoeken hun thema’s in hun dagelijkse leven. Dat is ook politiek, maar op een andere, persoonlijke manier. Die andere kant wil ik graag laten zien.’

‘Once I was a sperm’

Tariq Hamdan slaat vervolgens meteen het beeld van de verbitterde Westbank-dichter aan diggelen. Hij werd bekend met het gedicht ‘Once I was a sperm’, te vinden in de festivaleditie van het blad ZemZem. ‘Mijn moeder heeft me verteld dat ze een spiraaltje droeg toen ik geboren werd. Sinds die tijd weet ik dat mijn leven een wonder is’. Hamdan draagt voor in het Arabisch, de vertaling wordt op de achtergrond gebeamd. In een traditionele vorm, zichzelf begeleidend op een ud, veegt hij de vloer aan met sociale, politieke en artistieke conventies.

Dat is de treffende overeenkomst met een hartverscheurend kwetsbaar liedje van de Twentse dichteres en voordrachtskunstenaar Nathalie Baartman. Ze zingt in een onverstaanbaar tukkers dialect, in een gepassioneerde dans met het accordeon waarop ze zichzelf begeleidt. Ze bezingt de eigenheid, puurheid en de schoonheid van de taal. Haar taal, verdrongen door de eenheidsworst van het ABN. Het terugwinnen van je geboortedialect op het podium is een keuze die moed vereist. Ook dat is politiek, in een subtiele maar niet minder indringende schakering.

De Amsterdamse stadsdichter Menno Wigman, dichteres des Vaderlands Anne Vegter, Malaka Badr (Egypte) en zanger Frank Boeijen reflecteren vervolgens elk op een persoonlijke manier op de verhouding tussen schoonheid en realiteit. Maar het is de jonge rapdichter-filosoof Typhoon die het publiek volledig verovert met zijn half geïmproviseerde performance en het gedicht ‘Kijk Liefde’. Niet begeleid door mechanische technobeat maar door de teder zoemende contrabas van Juan Pablo Nahar, die met een stuwende solo de goedgevulde festivaltent in beweging krijgt.

‘Amsterdam heeft zo’n festival nodig’

Na afloop hebben Azaizeh, Soliman en Typhoon een enthousiaste ontmoeting, die leidt tot het spontane plan om een jam te houden op zondag. Dromerig dwaalt Anne Vegter door de Tolhuistuin, op zoek naar haar bril. De dichter des Vaderlands geniet van de sfeer, zegt ze. ‘Op de meeste festivals draait alles om de grote sterren. Van begin tot eind staat alles vast en je komt enkel voor jouw moment. De sfeer is hier veel meer ontspannen. Dit is wat je van een festival zou willen.’ Stadsdichter Menno Wigman toont zich enthousiast dat Amsterdam weer een echt literatuurfestival heeft. ‘Amsterdam heeft zo iets nodig. Dit is de goeie plek, aan het IJ in Amsterdam-Noord. Hier gebeurt het wel op dit moment’.

Het eerste statement van Read My World is gemaakt. Kunst is niet enkel bedoeld als museumstuk, ze wil communiceren. Kunst als communicatiemiddel, als brug tussen werelden, bedient zich van wezenlijk andere vormen. Ook daarover zal het komende dagen gaan.

ROOM WITH A VIEW (Zaterdagmiddag en -avond)

Dag twee begint met een milde Hollandse regenbui, om gaandeweg op te klaren. Op het hoofdpodium spreken zangeres Maite Laburu en schrijver Harkaitz Cano over zijn Nederlands-Baskische dichtbundel ‘Iemand loopt op de brandtrap’. In ‘A room with a view’ vertegenwoordigen Elke Geurts, Said el Haji, Sanneke van Hassel, David Vann en Maartje Wortel de literatuur van een nieuwe generatie. Elk dragen ze een eigen verhaal voor, gemaakt naar aanleiding van de foto’s die de buitenlandse festivalgasten maakten van het uitzicht vanuit hun eigen raam, thuis. ‘Elk uitzicht is vermengd met herinnering’, zegt Maartje Wortel. In een schijnbaar naïeve taal plakt de ik-persoon haar raam af met gaffertape om de broedende duiven in de boom ertegenover niet te hoeven zien. Haar tastende innerlijke monoloog verkent het duister na een geëindigde liefde. Elke Geurts beschrijft het uitzicht van een moeder die zojuist een gehandicapt kind heeft gebaard, haar benen nog in de steunbeugels. Dit kind wil ze niet, ze zal er niet van kunnen houden, dat weet ze. ‘Als het spreken ophoudt wordt het voor mij eigenlijk pas interessant’, verklaart ze haar thema’s in het nagesprek.

David Vann, writer in residence van het Nederlands Letteren Fonds, draagt een verhaal voor over een reizende student waarin eenzaamheid en onbegrip zich zo opstapelen dat het droogkomisch wordt. ‘Het Amerikaanse publiek houdt niet van tragiek, ook niet als die verpakt is in humor. Ik vind mijn lezers vooral in Europa, daarom sta ik hier en werk ik hier graag.’

In het Tuinhuis een vraaggesprek van radiopresentator Jeroen van Kan met veelvuldig prijswinnaar Stephan Enter en Yasser Abdel Latif (Cairo) over ‘herinnering’ als stijlmiddel. Met zijn zeer algemene vragen weet de interviewer de verlegen Abdel Latif niet uit zijn schulp te lokken. Het gesprek wordt herhaaldelijk gered door Stephan Enter. ‘Op de Lofoten, voor de Noorse kust, ruikt het overal naar gerookte vis. Door zulke details uit je herinnering moet de lezer zich wel overgeven, ook al is de rest pure fictie.’

House of the eyes

Tijdens ‘Watching Arabs with Arabs’ ontstaat spraakverwarring als de Nederlandse documentairemaakster Hasnae Bouazza beelden van Arabieren in Westerse en Arabische tv-programma’s vergelijkt. In het Nederlandse nieuws zien we vooral mensen die vlaggen verbranden, in het in de regio zelf populaire Arab Idols zien we wel echte gevoelens. Curator Asmaa Azaizeh steigert. ‘Veel filmers bij ons willen het Westen laten zien dat we geen barbaren zijn. Maar het verbranden van vlaggen is ook een uiting van echte gevoelens van gewone mensen.’ Zowel de negatieve als positieve clichés die Bouazza toont maken Azaizeh en dichter Almadhoun behoorlijk giftig. ‘Wil je meer genuanceerd beeld, bekijk dan eens een goede arthouse-film, die worden bij ons ook gemaakt’, aldus een vinnige Azaizeh.

Hoe ver de emotionele werelden in het Westen en de regio zelf uit elkaar kunnen liggen, illustreren twee tijdens het festival vertoonde arthousefilms. The Agenda and Me (Naveen Shalaby) toont de gebeurtenissen op het Tahrir-plein in Egypte door de ogen van vier direct betrokkenen, de emoties zijn hartverscheurend. In The house of the eyes geven de jonge makers Donna Verheijden en Martina Petrelli hun eigen artistieke verwerking van het platbombarderen van Gaza-stad, waarvan ze op de laatste avond van de Qalandiya Art Biënnale in Ramallah getuige waren. Hun sublieme film-essay tilt menselijke hoop en wanhoop uit boven de concrete gebeurtenissen, werpt licht op de functie van kunst in tijden van crisis. Twee visies op de rauwe werkelijkheid die lang nawerken.

Het werk van Eman Abdel Rahim en Milan Hulsing neemt je weer anders mee naar de grens tussen werkelijkheid en verbeelding. Net als de graphic novels van Hulsing balanceren Abdel Rahim’s verhalen op de grens van waan en werkelijkheid. Hulsings werk wordt nu vertaald in het Egyptisch. ‘Kunstenaars hebben het voorrecht dat ze voortdurend kunnen switchen tussen realiteit en verbeelding. In graphic novels kun je je heel vrij uiten, juist nu zijn ze enorm populair in Egypte.’

Humor en Identiteit

Mahammad Azaay en Funda Müjde spelen White rabbit red rabbit, een ‘reizend theaterstuk’ van de Iraniër Nasim Soleimanpur. Het kan door elke acteur maar één keer worden gespeeld, en is dus altijd uniek. Interviewer Wim Brands brengt Ala Hlehel (Ramallah/Cairo) en Asis Aynan (Nederland) kundig in gesprek over humor en identiteit. Aynan leest voor uit Ik, Driss, over een gastarbeider die de Nederlandse cultuur leert kennen via de Zangeres zonder naam. Aynan: ‘Ik weet niets van de eerste generatie. Mijn vader vertelde nooit iets, hij werkte of zat in de moskee. Driss is helemaal verzonnen, maar via kranten kreeg hij brieven, cadeaus, noem maar op. Een gemeente bood hem zelfs een baan aan.’ Hlehel: ‘Identiteit zit in je generatie. Was jij niet boos op je vader? Ik was ontzettend boos, die slappeling die niets deed terwijl onze mensen werden vernederd. Pas later begreep ik het. Mijn ouders groeien op onder onder militair bestuur, ‘they were told to shut up’. Ik ben van de Naqba-generatie, opstandig en strijdbaar. Als schrijver kies je niet voor wapens, mijn keuze was te beschrijven hoe gewone mensen met de situatie omgaan.’ Hlehel leest The Storyteller voor, zijn ‘oerverhaal’. ‘In essentie doe ik als schrijver niets anders dan het doorgeven van de verhalen die ik beluister onder Hajji’s poort.’

‘In Egypte slikken vrouwen alles’

Een intiem juweel is het gesprek van Kirsten van den Hul met Abeer Soliman, schrijfster, blogger en festivalcurator. Soliman schreef een Egyptische versie van Heidi, maakt een blog voor alleenstaande vrouwen en werd een nationale bekendheid met Diary of a single lady. ‘Een vrouw alleen is in Egypte nauwelijks voorstelbaar. Jonge vrouwen slikken alles om aan de man te komen. We moeten af van de angst om alleen te blijven als we onafhankelijk willen zijn’. Soliman komt uit een provincieplaats, studeerde bedrijfseconomie en werkte voor IT-bedrijven, tot ze koos voor het schrijverschap. Met tranen in de ogen vertelt ze dat haar ouders nog altijd niets van haar keuze begrijpen. ‘Ik zoek ze wel op, maar kan ze niet meer bereiken.’

De situatie in Egypte… ze zucht. ‘Okay, politiek. Is het een coup? Nee, het is iets anders. Maar het westen accepteert niets dat men niet kent, dus is het een coup.’ Nee, ook zij kent de uitkomst niet, maar ‘Egypte zoekt een eigen weg, en zal die vinden.’

Voor wie nog niet verzadigd is eindigt de avond met film in het tuinhuis, kampvuren, verhalenvertellers Sahand Sahebdivani en Krista Peters in de ‘conversation pit’, het ‘zwerfklankfestival’ en komische folk van ‘the croissants terribles’.

ANSWERS, AND MORE QUESTIONS (Zondagmiddag en -avond)

De derde dag, zondag, heeft Yasser Abdel Latif in het tuinhuis vijf scholieren aan tafel. Begeleid door de School der Poëzie lazen leerlingen van drie scholen het werk van vijf festivaldichters en sloegen zelf aan het dichten. Lala leest een eigen gedicht voor over twee meisjes van 16, één in het Westen en de ander in het Oosten. Ze kennen elkaar niet maar hebben dezelfde dromen en zorgen. ‘Dichten is erg belangrijk voor mij’, zegt Lala. ‘De gedichten van Yasser hebben een geheim in zich dat je langzaam ontdekt. Zo probeer ik ook te schrijven’. Een klasgenote van Lala: ‘Het viel me op dat kinderen van 15, 16 zulke diepe gedachten kunnen hebben. Leuk dat jongens, die normaal alleen maar lopen te klieren, ook heel gevoelige gedichten kunnen schrijven.’ Abdel Latif is onder de indruk. ‘Er zijn echt goede dichters bij, ze hadden behoorlijk technische ragen. Ik zou willen dat ik meer tijd had met ze.’

Enkele minuten later bereikt de poëtische abstractie in het Tuinhuis een hoog niveau tijdens een gesprek van vier jonge Nederlandse dichters met hun Amerikaanse collega Rob Halpern. Halpern schreef Disastersuites, over de morele verwarring onder president Bush, zojuist in vertaling verschenen in de Sporenreeks van uitgeverij Perdu. Intussen beklimmen Ghayath Almadhoun en Willem Jan Otten het hoofdpodium voor een van de klapstukken van Read My World, The Road to Damascus. In beurtelingse voordrachten vermengen zich een stream of consciousness over de ingewanden van een verloren stad (het Damascus van Almadhoun’s jeugd) en een ingetogen hymne voor een verwaaid leven op een imaginair Waddeneiland (‘Eindelicht’ van Otten). Twee zoektochten naar naar betekenis in de dramatiek van een verwoeste jeugd.

Diep in gedachten blijft bezoekster Liesbeth Sarneel na afloop op haar stoel zitten. ‘Ik doe zo iets nooit, maar wat ben ik blij dat ik hierheen gekomen ben. Eerst een Vietnamese blogger (Bui Than Hieu, red.) die alles moet doen om zijn eigen veiligheid te bewaken, nu deze indrukwekkende gedichten. Het komt wel binnen moet ik zeggen.’

Ja, zegt Willam Jan Otten bij de ingang van de grote tent, het was een echte ontmoeting. ‘Ik heb vorige week met Almadhoun gerepeteerd. Ondanks een groot verschil in levenslot vonden we elkaar in dezelfde dichterlijke ruimte.’ Opgetogen is Otten ook over Read My World zelf. ‘Ik ben heel blij met een internationaal literatuurfestival in Amsterdam. Het is toch raar eigenlijk dat de stad met de meeste dichters en schrijvers zo’n festival niet heeft. In Rotterdam is Poetry International ontstaan, dat moet in Amsterdam ook kunnen. En laat dichters en schrijvers dan weer zelf de inhoud bepalen.’

Sereen leest Malaka Badr in het Tuinhuis gedichten beïnvloed door haar ervaringen op het Tahrirplein. De beklemming en chaos in een volle bus met onbekende bestemming worden een metafoor voor Egypte. Zij en dichter Maarten van der Graaff spreken over ironie in hun werk. Van der Graaff: ‘Dat het op tv een alledaags maniertje is geworden betekent niet dat je ironie helemaal moet afschaffen. Het is een andere manier om naar dingen te kijken.’ Badr: ‘Sarcasme is in Egypte een manier om te overleven. Sinds de Tahrir-revolutie schrik ik soms van het geweld in mijn zinnen. Maar tegelijk zijn we met hetzelfde bezig als jullie: mislukte liefde, je verhouding tot de wereld, de universele dingen.’

Documented reality

Doro Wiese en Thomas Möhlmann zetten de schijnwerper op Lucebert, wiens verzamelde werk naar het Engels wordt vertaald. Voor Rob Halpern en Yasser Abdel Latif is de grote Nederlandse taalkunstenaar een nieuwe ontdekking. De ‘jonge honden’ Tarik Hamdan (Filistin Ashabab) en Maartje Smits (hard/hoofd) onderzoeken elders de artistieke ruimte van het internet, waar teksten, film, muziek en beeldende kunst zich in nieuwe combinaties vermengen. Het is tijd voor een apotheose.

Tijdens ‘Documented reality’ laten journalist-schrijver Frank Westerman, antropoloog Matthijs van de Port en filmer-kunstenaar Jack Segbars hun licht schijnen over de steeds poreuzere grens tussen documentaire en fictie. Gespreksleider Chris Keulemans onderzoekt op zijn Socratische wijze: ‘zijn schrijvers en kunstenaars niet altijd en overal bezig met het documenteren van de realiteit?’ Matthijs van de Port: ‘Zogenaamde ‘feiten’ betekenen nu eenmaal weinig zonder verhaal, en dat is altijd subjectief. Ook in de wetenschap wordt dat langzamerhand erkend.’ En omgekeerd, om een hoofdvraag van het festival te beantwoorden: artistieke verbeelding, en de kwaliteit daarvan, valt niet los te maken van de realiteit en omstandigheden van de makers.

‘Dank voor het geven van zoveel antwoorden en het oproepen van nog meer vragen’, zegt curator Abeer Soliman bij het besluiten van de avond. Ze is vooral getroffen, zegt ze, door de grote diversiteit aan uitingsvormen tijdens Read My World. Asmaa Azaizeh roept de vierkoppige festivaldirectie naar het podium: Willemijn Lamp, Matthijs Ponte, Daphne de Heer (SLAA) en Sarien Zijlstra (School der Poëzie). De complete festivalstaf volgt. Azaizeh’s persoonlijke samenvatting: ‘Read My World heeft me minder nihilistisch gemaakt. De ontmoeting met schrijvers hier heeft me laten zien dat we onze verschillen kunnen overbruggen.’ Weer die sonore alt, waarmee ze een operapubliek op de knieën zou dwingen: ‘F*** history, long live literature and poetry!’ Het eindfeest van Read My World, edition one kan beginnen.

(Verslag Frank Siddiqui | mfusid@gmail.com |http://www.linkedin.com/in/franksiddiqui)